❗Deze informatie is samengesteld op 25 september 2025. Raadpleeg altijd de officiële bronnen (zoals de Rijksoverheid) voor de meest actuele stand van zaken.
Steeds meer Oekraïners of andere derdelanders komen via een andere lidstaat werken in Nederland. Het gaat hierbij soms om zzp’ers met een nationaliteit van buiten de EU, de EER of Zwitserland (derdelanders), die in die lidstaat rechtmatig verblijven en daar ook gerechtigd zijn om als zelfstandige werkzaamheden te verrichten.
De centrale vraag is dan of een opdrachtgever in Nederland deze zzp’ers eveneens rechtsgeldig werkzaamheden kan laten uitvoeren, en zo ja, onder welke voorwaarden.
In dit artikel wordt het juridisch kader uiteengezet, inclusief:
- de voorwaarden voor het vrij verkeer van diensten,
- de mogelijke risico’s, en
- de toepasselijke sancties.
Juridisch kader
Derdelanders, maar ook Oekraïners, zijn geen burgers van de Europese Unie. Zij kunnen zich daarom niet rechtstreeks beroepen op het EU-Verdrag om zich in een andere lidstaat te vestigen en daar te werken. Dat een derdelander in de zendende lidstaat over een verblijfsrecht beschikt, verandert hier niets aan.
De hoofdregel is dat elke ontvangende lidstaat zélf bepaalt onder welke voorwaarden derdelanders toegang krijgen tot de arbeidsmarkt. In Nederland is hiervoor de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) van toepassing. Deze wet maakt geen onderscheid tussen:
- derdelanders die buiten de EU wonen, en
- derdelanders die al een verblijfsvergunning in een EU-lidstaat hebben.
Daarom geldt in Nederland als uitgangspunt dat een opdrachtgever een zzp’er met een nationaliteit van buiten de EU/EER/Zwitserland niet zonder meer mag inzetten.
- Voor tewerkstelling is een werkvergunning (TWV) vereist, die wordt afgegeven door het UWV.
- Indien het verblijf van de zzp’er langer dan 90 dagen duurt, kan de zzp’er bovendien bij de IND een verblijfsvergunning aanvragen. Met die vergunning kan de opdrachtgever hem of haar rechtsgeldig te werk stellen.
Uitzondering op de regel
Er bestaat echter een belangrijke uitzondering (welbekend bij werknemers van buiten de EU/EER/Zwitserland die via een andere lidstaat in Nederland willen werken), opgenomen in artikel 4.6 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen.
Wanneer een zzp’er zowel sociaal, economisch als juridisch gevestigd is in een EU-lidstaat, en hij of zij tijdelijk in Nederland werkzaamheden verricht in het kader van een omkaderde opdracht, dan kunnen zowel de zzp’er als de opdrachtgever onder voorwaarden een beroep doen op het vrij verkeer van diensten. Hierdoor is het toegestaan om gedurende de looptijd van de opdracht werkzaamheden in Nederland te verrichten.
Wel gelden hiervoor strenge voorwaarden, die onder meer zijn vastgelegd in de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (WagwEU). In het bijzonder zijn hierbij van belang:
- Artikel 6 WagwEU – vereiste van substantiële activiteiten in de zendende lidstaat, en
- Artikel 7 WagwEU – definitie en regels rondom de gedetacheerde werknemer.
Voorwaarden vrij verkeer van diensten
De Europese Unie heeft geen strikte, uniforme voorwaarden vastgelegd voor de toepassing van het vrij verkeer van diensten. Dit komt doordat elke dienst en elke situatie anders is.
De grondgedachte is dat het verrichten van diensten grensoverschrijdend mogelijk moet zijn, maar dat dit niet mag uitmonden in constructies die in werkelijkheid neerkomen op de verplaatsing van (goedkope) arbeid.
Daarom spreekt de regelgeving niet van harde criteria, maar van een aantal ‘elementen’. Deze elementen moeten in onderlinge samenhang worden beoordeeld en kunnen uiteindelijk leiden tot de conclusie dat er wel of geen sprake is van vrije dienstverrichting.
Het Europees Hof van Justitie hanteert een aantal cruciale toetsstenen bij de beoordeling of sprake is van rechtmatig vrij verkeer van diensten:
- De werknemer of zzp’er moet zijn geïntegreerd in de arbeidsmarkt van de zendende lidstaat.
- De verplaatsing naar de ontvangende lidstaat moet tijdelijk van aard zijn. Er mag géén sprake zijn van integratie in de arbeidsmarkt van de ontvangende lidstaat. Hoewel er geen vaste maximale duur bestaat, wordt in de praktijk een termijn van twee jaar vaak als richtsnoer gehanteerd.
- De werkzaamheden in de ontvangende lidstaat moeten onderdeel uitmaken van een vooraf duidelijk omlijnde dienst of opdracht. Het doel van de uitzending is dus het uitvoeren van de dienst. Arbeid is daarbij slechts een instrument om die dienst te realiseren. Wanneer arbeid op zichzelf het doel vormt, is dat onvoldoende om te spreken van een vrije dienstverrichting.
Voorwaarden ten aanzien van de zzp’er:
Om als derdelander-zzp’er tijdelijk in Nederland diensten te mogen verrichten op basis van het vrij verkeer van diensten, gelden de volgende voorwaarden:
- De zzp’er moet zijn onderneming hebben geregistreerd en gevestigd in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER) of in Zwitserland. Dit kan bijvoorbeeld worden aangetoond met inschrijvingen en administratieve gegevens bij de Kamer van Koophandel en de Belastingdienst in dat land (bijvoorbeeld Slowakije).
- De zzp’er komt naar Nederland om diensten te verrichten namens zijn onderneming. Dit moeten dezelfde diensten zijn als die hij normaliter in de EER-lidstaat uitvoert.
- De derdelander moet in de EER beschikken over een geldig verblijfsrecht als zelfstandige, met een geldigheidsduur van meer dan drie maanden.
- De toelating tot het werk in de EER-lidstaat moet ten minste geldig zijn voor de duur van de werkzaamheden in Nederland.
- De zzp’er moet beschikken over een paspoort en een verblijfsvergunning als zelfstandige waarvan de geldigheidsduur minstens gelijk is aan de duur van de werkzaamheden in Nederland.
- Bij een verblijf in Nederland van langer dan 90 dagen moet de zzp’er een Nederlandse verblijfsvergunning aanvragen. Deze wordt in principe zonder veel formaliteiten verleend. Bij twijfel kan de IND echter het UWV om advies vragen of sprake is van ‘echte’ vrije dienstverrichting. Dit leidt niet tot een beboetbare overtreding onder de Wav, maar kan er wél toe leiden dat de zzp’er niet langer rechtstreeks in Nederland mag verblijven en door de Vreemdelingenpolitie kan worden uitgezet.
- Er moeten indicaties zijn dat de zzp’er terugkeert naar het EER-land, bijvoorbeeld doordat hij daar een woning heeft behouden of een gezin heeft achtergelaten.
Voorwaarden ten aanzien van de opdracht:
- De opdracht moet duidelijk zijn afgebakend in tijd en inhoudelijke omvang. Voorbeelden: het aanleggen van leidingen bij Project A of het installeren van apparatuur in Project B.
- De zzp’er gebruikt zoveel mogelijk eigen hulpmiddelen en gereedschap bij de uitvoering van de werkzaamheden.
- De zzp’er is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de geleverde diensten. Hij of zij moet daarbij zelfstandig inhoudelijke keuzes kunnen maken en de mogelijkheid hebben om zich te laten vervangen.
- Alle afspraken moeten zijn vastgelegd in contracten, bij voorkeur voorafgegaan door een offertetraject, met aansluitend een duidelijke facturering.
- De opdracht moet aansluiten bij de expertise en achtergrond van de zzp’er, zoals hij of zij deze normaal gesproken ook in het vestigingsland (bijvoorbeeld Slowakije) uitoefent. Dit moet blijken uit documenten zoals een prospectus, website of andere bedrijfsinformatie waarin de activiteiten en diensten zijn beschreven.
Geen toetsing vooraf
Het hierboven beschreven kader van voorwaarden is bedoeld als richtsnoer, maar vormt geen absolute lijst met harde criteria. In de praktijk is het daardoor voor zowel de dienstverrichters als hun opdrachtgevers vaak moeilijk om vooraf een volledig zekere inschatting te maken of een situatie wel of niet onder de Detacheringsrichtlijn valt.
Een belangrijke oorzaak van deze onzekerheid is dat er geen voorafgaande in- of toestemming kan worden gevraagd. De bestaande meldplicht heeft slechts een administratief karakter. De bevestiging van een melding biedt géén garantie dat de werkzaamheden ook inhoudelijk geldig zijn. Concrete normen worden in feite alleen zichtbaar via de handhavingspraktijk, bijvoorbeeld in uitspraken in het administratieve strafrecht.
Toch zijn er wel praktische handvatten:
- Wanneer de inzet van de zzp’er vooraf specifiek wordt ingevuld, kan de tewerkstelling toch als geldig onder de Detacheringsrichtlijn worden aangemerkt.
- Cruciaal is dat de zzp’er in de zendende lidstaat een bestendig verblijf heeft en daar aantoonbaar als zelfstandige werkzaam is in hetzelfde beroep.
- Daarnaast moet sprake zijn van een duidelijk omschreven opdracht in Nederland, bijvoorbeeld het installeren van sanitair, metselwerk of dakbedekking bij een nieuwbouwproject.
Mogelijke risico’s/sancties
Zelfs wanneer aan de hierboven genoemde voorwaarden of elementen wordt voldaan, kan de Nederlandse Arbeidsinspectie toch oordelen dat de zzp’er in feite kwalificeert als werknemer in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
Indien de arbeidskracht dan niet beschikt over een Nederlandse tewerkstellingsvergunning (TWV), kan dit leiden tot een boete voor de opdrachtgever én voor alle andere partijen in de keten.
- De standaardboete bedraagt momenteel € 6.000 per overtreding (lees: per werknemer, per partij).
- Afhankelijk van de mate van verwijtbaarheid en de ernst van de overtreding, kan de boete worden verlaagd of verhoogd, tot een maximum van € 11.250.
- Bij herhaling van eenzelfde of soortgelijke overtreding binnen vijf jaar kan de boete bovendien worden verhoogd met 50%, 100% of zelfs 200%. Onder soortgelijke overtredingen valt ook een schending van artikel 15a Wav.
- Voor een werkgever die een vreemdeling in Nederland arbeid laat verrichten zonder TWV of zonder dat de vreemdeling beschikt over een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) bij die werkgever, geldt dezelfde boeteregeling: € 6.000, met mogelijke verhoging tot € 11.250 en aanvullende sancties bij herhaling.
In de praktijk blijkt het aantal dubieuze tewerkstellingen dat daadwerkelijk wordt opgespoord en leidt tot een boeterapport relatief klein. Dit komt enerzijds door een beperkte handhavingscapaciteit, en anderzijds door de vele grijze gebieden in de regelgeving, die tot discussie kunnen leiden. Hierdoor ontstaan vaak omvangrijke dossiers, waarbij rechters steeds kritisch toetsen of er wel daadwerkelijk sprake is van een overtreding van de Wav.
Afbakening zzp’er - werknemer
Gezien de open normen rond geldige dienstverrichting is het van groot belang om met een zzp’er altijd duidelijke resultaatsverplichtingen en afgebakende projecten overeen te komen. Het is daarbij niet wenselijk om een zzp’er via een inspanningsverplichting in te zetten op uiteenlopende of doorlopende werkzaamheden.
Uit de rechtspraak blijkt dat rechters sneller geneigd zijn een zzp’er als werknemer aan te merken wanneer zich één of meer van de volgende omstandigheden voordoen:
- De zzp’er kan niet naar eigen inzicht en zonder overleg de inhoud van de werkzaamheden bepalen.
- De zzp’er heeft zich niet verbonden tot een specifiek, gespecificeerd werk.
- De zzp’er kan de werkzaamheden niet zelfstandig indelen.
- De werkzaamheden van de zzp’er worden intensief gecontroleerd.
- Er is sprake van een inspanningsverplichting in plaats van een resultaatsverplichting.
Conclusie
Een zzp’er met de Oekraïense nationaliteit (in dit artikel gebruikt als voorbeeld) kan onder bijzondere voorwaarden gebruikmaken van het vrij verkeer van diensten, mits sprake is van een afgebakend project in Nederland dat tijdelijk de inzet van de zzp’er vereist. Wat onder tijdelijk moet worden verstaan, is niet strikt gedefinieerd, maar belangrijk is dat de zzp’er normaliter zijn werkzaamheden uitvoert in het EER-land van vestiging en na afronding van het project in Nederland daar ook weer terugkeert om zijn onderneming voort te zetten.
Daarnaast gelden de volgende randvoorwaarden:
- De zzp’er moet in het EER-land beschikken over een geldige verblijfsvergunning als zelfstandige, die minimaal geldig is voor de volledige duur van de werkzaamheden in Nederland.
- Indien het verblijf in Nederland langer dan 90 dagen duurt, moet ook in Nederland een tijdelijke verblijfsvergunning worden aangevraagd. Dit is in beginsel geen beboetbare overtreding onder de Wav, maar kan wel leiden tot beëindiging van het rechtmatig verblijf.
Er schuilt echter een reëel risico in situaties waarin zzp’ers zich slechts kortgeleden hebben ingeschreven in een EER-land, maar vervolgens vrijwel uitsluitend in Nederland aan de slag gaan. Zeker wanneer dit gebeurt op niet-afgebakende projecten en tegen een uurtarief, kan de Arbeidsinspectie concluderen dat feitelijk sprake is van een werknemer in de zin van de Wav. In dat geval wordt het vrij verkeer van diensten ontzegd en kunnen er boetes worden opgelegd aan alle partijen in de keten. Dit kan bovendien leiden tot belemmeringen bij toekomstige inzet van derdelanders.
Kortom: Oekraïense zzp’ers (en andere derdelanders in vergelijkbare situaties) met een verblijfsvergunning in een EER-land kunnen in Nederland werken onder zeer strenge voorwaarden, maar het blijft nooit geheel risicoloos.